Vechten met alles wat je in je hebt

DSC_1915zwJe hebt vechters en vluchters. Zoë is er duidelijk een van het eerste soort. Toen ze op haar 13e werd aangereden op weg naar school, stond ze letterlijk op om te vechten voor haar leven. Dat is ze altijd blijven doen. Dit is het verhaal van twee bijzondere zussen: Loïs en Zoë.

Haar haren vormden een krans in de gebroken voorruit, haar schoenen stonden nog op de weg. “Ik zag een dode uil aan de
overkant van de weg liggen”, herinnert Zoë zich. “Ik wilde die meenemen voor mijn zusje Loïs, omdat zij een bottenmuseumpje had.” Ze werd vol aangereden door een tegemoetkomende auto. Zoë herinnert zich niets meer. Ze weet uit de verhalen dat ze meteen na de aanrijding opstond en begon te vechten met alles en iedereen om zich heen. Op een agressieve manier, ondertussen wartaal uitslaand. Een duidelijk signaal van hersenschade, herkenden de ambulancebroeders meteen. “Maar op het oog had ik niks”, zegt Zoë. “Er was geen bloed, er staken geen botten uit, niks.”

Afscheid nemen

Toch kregen haar ouders en haar drie jaar jongere zusje Loïs krap een uur later de onmogelijke opdracht om afscheid te nemen van hun dochter en zus. “Ik weet nog dat papa thuiskwam met Zoë’s schoenen”, zegt Loïs. “Dat vond ik heel vreemd. Ook zag hij erg wit en moest hij huilen.” Zoë had zo’n harde klap op haar hoofd gehad dat er wondvocht door haar hele hersenen zat. De druk nam zo snel toe dat een schedellift of drain geen soelaas meer kon bieden. Zoë lag inmiddels in een coma. ‘Uw dochter is zo ernstig gewond, ze heeft nog een uur te gaan als dit zo doorgaat’, kregen haar ouders te horen. ‘Neemt u maar afscheid.’

“Ik huilde alleen maar en fluisterde zachtjes: ‘Zoë'”

Zoë’s moeder deed iets opmerkelijks: ze ging naast haar dochter zitten en begon haar moed in te spreken: ‘Zoë, in ieders leven komt er een moment dat je moet vechten. Dit is jouw moment. Vecht met alles wat je in je hebt.’ Haar jongste dochter vroeg ze hetzelfde te doen. ‘Raak haar maar aan, praat met haar.’ Maar de toen 10-jarige Loïs wist zich geen raad. “Zoë lag vastgebonden op een plank, ik wilde haar graag aanraken, maar er was alleen een klein stukje arm bloot. Ook wist ik niet wat ik moest zeggen. Dus ik heb alleen maar gehuild en zachtjes gefluisterd: ‘Zoë, Zoë…’”

DSC_1837_1@Als door een wonder nam de druk in Zoë’s hersenen geleidelijk af. Toen ze wakker werd, moest ze alles opnieuw leren. “Ik had geen evenwicht, ik kon niet praten, niet meer lopen”, zegt Zoë. Van die eerste maand herinnert ze zich alleen nog flarden. Haar zusje Loïs des te meer. “Mijn ouders zaten in het Ronald McDonald Huis in Nijmegen. We hadden een kamer met een vide, waar ik sliep. Ik vond dat best stoer, zo’n eigen woongedeelte.” Elk vrij moment waren ze bij Zoë, die in het donker lag, in een prikkelarme omgeving. “Ze kon heel weinig hebben. Maar ik weet nog precies dat ik haar voor het eerst weer aan het lachen maakte”, zegt Loïs. “Er stond een driewieler op de gang van de kinderafdeling, waar ik eigenlijk veel te groot voor was. Ik fietste steeds voorbij haar kamer en deed alsof ik overal tegenaan botste. Uiteindelijk lachte Zoë. Voor mij was dat een omslagpunt. Alles was zo donker, zo zwaar, je moest altijd stil zijn als je bij haar was. Ik vond het zo fijn dat er nog vrolijkheid en optimisme was.”

Juiste balans zoeken

Zoë moest – na een maand ziekenhuis – twee jaar fysiek revalideren en nog eens drie jaar cognitief. “Ik heb er een hersenbeschadiging aan overgehouden”, vertelt Zoë. “Mijn intelligentie is nog prima, maar mijn prikkelverwerking is anders. Stel je voor dat je met een vrachtwagen vol informatie over de weg rijdt. Bij de meeste mensen is dat een snelweg. Voor mij is het een hobbelig zandpad, waar je een stuk langer over doet en ook nog onderweg wat lading verliest. Ook slaap ik veel; het duurt veel langer voordat mijn batterij is opgeladen.” Ondanks dat heeft ze een baan en een hoop vriendinnen en woont ze op zichzelf. Al blijft het zoeken naar de juiste balans. “Ik weigerde in het begin te geloven dat ik veranderd was. Ik rondde gewoon mijn middelbare school af, begon aan een hbo-opleiding en ging op kamers. Ik nam zelfs een bijbaan in de horeca. Totdat ik volledig instortte. Andere mensen moet je na een ernstig ongeluk motiveren om van de bank af te komen. Mij moet je juist motiveren om erop te gaan zitten.”

Momenten koesteren

DSC_1850“Ze is een enorme vechter”, zegt Loïs. “Ze heeft zoveel bereikt, daar ben ik echt trots op. Als kind snapte ik niet waarom ze zoveel sliep. Ik wilde de Zoë terug met wie ik trampoline kon springen en gekke dingen kon doen. Nu weet ik: als wij samen gaan winkelen, gaan we één of twee winkels in, dan lunchen we en rijd ik terug met de auto terwijl Zoë naast me ligt te slapen. Ik koester die momenten met haar enorm en zoek haar zo veel mogelijk op, want ik ben me er erg van bewust dat we elkaar elk moment kunnen verliezen.”